-
1 terugzenden
-
2 achteruitwijken
2 [zich terugtrekken] back out/downVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > achteruitwijken
-
3 terugsturen
1 [wegsturen] turn back/away2 [weer sturen naar de plek van herkomst] send back, return -
4 bij de poort werden wij teruggezonden
bij de poort werden wij teruggezondenwe were turned back/away at the gateVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > bij de poort werden wij teruggezonden
-
5 af
af1〈 het〉♦voorbeelden:————————af2I 〈 bijwoord〉1 [met betrekking tot een verwijdering] off, away2 [+ van] [met betrekking tot het uitgangspunt] from3 [met betrekking tot een verwijderd/gescheiden zijn] away, off4 [naar beneden] down♦voorbeelden:1 af en aan • back and forth, to and fromensen liepen af en aan • people came and wentaf en toe • (every) now and thenklaar? af! • get set! go!2 van die dag af • from that day (on/onward(s))van de grond af • from ground levelde nieuwigheid is er een beetje af • the novelty has worn off a bitde verf is er af • the paint has come offver af • a long way offhij woont een eindje van de weg af • he lives a little way away from the roadvan iemand af zijn • be rid of someoneu bent nog niet van me af • you haven't seen the last/back of mede trap af • down the stairsaf! • (get) down!; 〈 tegen hond ook〉 down boy/girl!goed/beter/slecht af zijn • have come off well/better/badlydaar wil ik (van) af zijn • I wouldn't like to sayop 't onbeleefde af • to the point of rudenessik weet er niets van af • I don't know anything about itII 〈 bijvoeglijk naamwoord〉4 [spel] out♦voorbeelden:2 het werk is af • the work is done/finishedde voorstelling was af • the performance was perfect -
6 weggeven
1 [schenken] give away♦voorbeelden:〈 figuurlijk〉 een partij/de wedstrijd weggeven • give away a game/the match -
7 zo
zo1〈 bijwoord〉1 [overeenstemmend met een werkelijkheid] so ⇒ like this/that2 [overeenstemmend in maat, graad] as, so3 [op deze wijze] so ⇒ like this/that, this/that way4 [aanstonds] right away5 [zeer] so♦voorbeelden:zo hoog • so/this highzo ben ik niet • I'm not like thathet heeft zo moeten zijn • that's the way it had to bedat is zo, zo is het • that's so/right, so it isals dat zo is … • if that's the case …het zij zo • so be itzo zijn er niet veel • there aren't many like thatzo iets geks heb ik nog nooit gezien • I've never seen anything so crazydaar zeg je zo iets • now you're talking, that's right; 〈 nu schiet me iets te binnen〉 that reminds mezij gaan vaak naar clubs en zo • they often go out to clubs and that sort of thingeen jaar of zo • a year or so2 ze was zó blij dat ze … • she was so happy she …het is allemaal niet zo eenvoudig • it's not as simple as it seemsdit stuk is net zo groot • this piece is just as bighalf zo lang/groot • half as long/bighij is zo oud/niet zo oud als ik • he is as old/not so/as old as I amze is toch zo verlegen! • she is so shyhij was zo verstandig om te zwijgen • he was sensible enough to keep quiethij voelde zich niet zo best • he didn't feel so wellzo goed als ie kon • as well as he couldzo nu en dan • every now and then3 zó doe je dat! • that's the way you do it!zij doet maar zo • she's just pretendingo, gaat dat zo • so that's how it workswie huilt daar zo? • who's crying (like that)?zó is het! • that's the way it is!goed zo, Jan! • well done, John!dat zie je zo • you can see that straight awayzo juist • just nowbrood, zo uit de oven • bread right from the ovendie vrouw is zó • she's a great womanzo wist hij onder meer te vertellen, dat … • he told us among other things that …zo zijn • be that way (inclined)————————zo2〈 voegwoord〉1 [gelijk, als] as2 [indien] if♦voorbeelden:2 zo hij het al wist, hij heeft niet gereageerd • if he did (in fact) know, he (certainly) didn't respondzo ja, waarom/zo nee, waarom niet • if so, why/if not, why notje zult je huiswerk maken, zo niet, dan krijg je een aantekening • you should do your homework, otherwise you'll get a bad mark————————zo31 well ⇒ so♦voorbeelden:zo, dat is dat • well (then), that's thatmijn vrouw heeft zich een computer aangeschaft! zo! • my wife has bought herself a computer. really? -
8 heen
2 [op de heenweg] (on the way/going) out(ward)3 [in een bepaalde richting] 〈zie voorbeelden 3〉4 [ter versterking] 〈zie voorbeelden 4〉♦voorbeelden:heen en weer lopen • walk/pace up and down/back and forth2 wie rijdt er heen? • who's going to drive (us) there?heen neem ik de tram, terug loop ik • I'll take the tram going (out) and then walk backergens/nergens heen gaan • be going somewhere/nowherewaar wil je heen? • 〈 figuurlijk〉 what are you driving at?waar moet dat heen? • 〈 figuurlijk〉 where will it (all) end?ik ben helemaal door mijn voorraad heen • I've run right through my stockdoor de jaren heen • over/through the yearslangs elkaar heen praten • talk at cross-purposesje kunt niet om hem heen • you can't ignore himover de teleurstelling heen zijn • have got over one's disappointment -
9 onttrekken
♦voorbeelden:II 〈wederkerend werkwoord; zich onttrekken〉♦voorbeelden:zich aan een situatie onttrekken • back out of a situationik kan me niet aan de indruk onttrekken dat • I can't avoid the impression thatdat onttrekt zich aan mijn oordeel • I don't have an opinion on that -
10 wegblijven
♦voorbeelden:dat woord kan beter wegblijven • it's better to leave that word outwegblijven van • stay away from -
11 verdrijven
v. drive back, turn back, pass away, expel, dissipate, dispel, dislodge, eliminate, fend off, fend, eject, extrude, scatter -
12 afleiden
3 [naar beneden leiden] lead/guide down5 [deduceren] deduce (from) ⇒ infer/gather (from)♦voorbeelden:spraak is afgeleid van spreken • ‘spraak’ is derived from ‘spreken’ -
13 ik ben zo terug
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ik ben zo terug
-
14 inslaan
2 [in voorraad nemen] stock (up on/with)4 [aanbrengen in] stamp in/on♦voorbeelden:1 iemand de hersens inslaan • bash/beat someone's brains ineen ruit inslaan • smash a window♦voorbeelden:nieuwe wegen inslaan • break new ground, blaze a (new) trailop iemand blijven inslaan • hit someone repeatedlyzijn nieuwe plaat sloeg enorm in • his new record was a smash hithet nieuws sloeg in als een bom • the news came as a bombshell♦voorbeelden: -
15 korten
1 [korter worden] shorten♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉2 [met betrekking tot betalingen] cut (back)3 [met betrekking tot de tijd] shorten♦voorbeelden:korten op de uitkeringen • cut back on social security3 hij kortte de tijd met lezen • he passed the time/whiled away the hours by reading -
16 afstoten
v. repel, drive away, force back, push off; ricochet, bounce off -
17 afhouden
II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [verwijderd houden] keep off/out2 [aftrekken, inhouden] keep back♦voorbeelden:〈 sport〉 iemand (van de bal) afhouden • screen/shield the ballde ogen niet kunnen afhouden van iets • not be able to take/keep one's eyes off something -
18 afstaan
2 [tijdelijk geven] give up♦voorbeelden:1 [verwijderd staan/zijn van] stand away/back from♦voorbeelden: -
19 beginnen
1 [starten/openen] begin ⇒ start, 〈 formeel〉 commence, open 〈 toespraak, spel, onderhandelingen, brief〉2 [gaan doen] do♦voorbeelden:1 een gesprek beginnen • begin/start a conversationeen zaak beginnen • start a business2 wat moet ik beginnen! • what am I to do?wat moet ik met hem beginnen? • what am I to do with him?1 [de eerste handeling verrichten; zich vanaf een punt uitstrekken] begin ⇒ start, 〈 formeel〉 commence♦voorbeelden:begin maar! • go ahead!; 〈 met vragen ook〉 fire away!beginnen te drinken/roken • start drinking/smokingweer van voren af aan moeten beginnen • be back to square onehet begon te regenen • it began/started to raindaar kan ik niets mee beginnen • that's (of) no use to megoed/slecht beginnen • get off to a good/bad startbegin je weer (met dat gezeur)? • there you go again (with your nagging)!bij het begin beginnen • begin/start at the beginninghij begon met te zeggen … • he began by saying …met niets beginnen • start from scratchhet begint donker te worden • it's getting darkik begin er niet aan! • I wouldn't touch it with a barge-poleaan iets nieuws beginnen • start something newhij begon met Frans • he took up Frencher is geen beginnen aan • why even start?over politiek beginnen • bring up politicsover iets anders beginnen • change the subjectals je zó begint … • if that's the way you feel about it …het is haar om de erfenis begonnen • it's the inheritance she's afterom te beginnen … • for a start …voor zichzelf beginnen • start one's own business -
20 huis
1 [gebouw (als woning)] house2 [huisgezin] home3 [(vorstelijk) geslacht] House♦voorbeelden:huis en haard • hearth and homehet huis des Heren • the house of Godhet huis alleen hebben • have the house to oneselfeen eigen huis hebben • own one's own houseopen huis houden • have an open Bday/ Ahouseeen uitverkocht huis • a full houseeen huis vol hebben • have a housefulhij doet in/bezit huizen • he deals in/owns propertyhet ouderlijk huis verlaten, uit huis gaan • leave homehuis aan huis (verkopen) • (sell) door-to-dooraan huis gebonden • housebound, tied to one's housebezorging aan huis • home deliverydicht bij huis • near homeeen huis in een rij • a Bterraced/ Arow househuis in de stad • town houseiemand in huis hebben/nemen • have a/take in a lodgerin huis is het veel warmer • it's much warmer insidepantoffels voor in huis • slippers for indoorsniets in huis hebben • have no food/drinks in the houseik ga/moet naar huis • I'm off, I must be getting back/homemee naar huis nemen • take homenaar huis sturen • send home; 〈 arbeiders ook〉 lay off; 〈 patiënten〉 discharge; 〈 soldaten〉 demobilizeeen meisje naar huis brengen • see/take/walk a girl homeiemand uit zijn huis zetten • turn someone out (of his house)nu de kinderen het huis uit zijn • now that the children have all lefteen huis van drie verdiepingen • a three-storeyed houseik kom van huis • I have come from homedan zijn we nog verder van huis • 〈 figuurlijk〉 then we will be even worse off, that's not going to get us anywheretuin vóór het huis • front gardeneen tweede huis • a second homeLauriergracht 78 huis • Bground floor flat/Afirst-floor apartment, 78 Lauriergracht〈 figuurlijk〉 van huis uit • originally, by birthvan huis weglopen • run away from homehet Koninklijk huis • the Royal Family
- 1
- 2
См. также в других словарях:
back away — (from (something)) to stop supporting something. Congress backed away from the plan to cut taxes … New idioms dictionary
back away — index retreat, shun Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
back away — verb make a retreat from an earlier commitment or activity (Freq. 1) We ll have to crawfish out from meeting with him He backed out of his earlier promise The aggressive investment company pulled in its horns • Syn: ↑retreat, ↑pull back, ↑ … Useful english dictionary
back away — phrasal verb [intransitive] Word forms back away : present tense I/you/we/they back away he/she/it backs away present participle backing away past tense backed away past participle backed away 1) to move away backwards from someone, for example… … English dictionary
back away — 1) PHRASAL VERB If you back away from a commitment that you made or something that you were involved with in the past, you try to show that you are no longer committed to it or involved with it. [V P from n] The company backed away from plans to… … English dictionary
back away — there s no need to back away he s a very gentle dog Syn: draw back, step back, move away, withdraw, retreat, pull back, give ground; shrink back, cower, quail, quake … Thesaurus of popular words
back away — v. (D; intr.) to back away from * * * (D; intr.) to back away from … Combinatory dictionary
back away from something — back away (from (something)) to stop supporting something. Congress backed away from the plan to cut taxes … New idioms dictionary
back away from — back away (from (something)) to stop supporting something. Congress backed away from the plan to cut taxes … New idioms dictionary
back away from — index eschew Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
back away — {v.} To act to avoid or lessen one s involvement in something; draw or turn back; retreat. * The townspeople backed away from the building plan when they found out how much it would cost … Dictionary of American idioms